Onze positie (als de straalverbinding werkt...)
mrt 7

Laatste update!

Door Wouter geplaatst in -> De Reis

Inmiddels weer hoog en droog in Nederland.. dus de Amsterdam Dakar Challenge is bij deze officieeël geëindigd voor team DafrikaR. Hier nog het laatste filmpje wat jullie van ons tegoed hebben. Het zijn nog wat beelden van de rit van Dakar naar Banjul, en van de veiling.

Iedereen bedankt voor alle support en reacties! De groeten aan de teams die nog even van het heerlijke weer in Banjul genieten, wat ons betreft was het een onvergetelijke tijd! Wij zeggen: ‘Dafrikar aan de rest: over en uit!’

mrt 7

Banjul en veiling auto

Door Nick geplaatst in -> De Reis

Rustdag Lac Rose (Dakar)
De dag voordat we naar Gambia reden hadden wij een rustdag in Lac Rose. Die dag hebben wij inderdaad rustig aan gedaan. De auto behoefde eindelijk eens geen noodzakelijk sleutelen of onderhoud, dus we hebben een beetje rond het zwembad gehangen en wat foto’s en filmpjes geupload over een – zoals de afgelopen weken altijd het geval was – super trage internetverbinding.

Halverwege de dag heeft Wouter een quadrit gemaakt over het strand en de heuvels in de buurt van Lac Rose. Was een leuke ervaring. De quads waren 4-wiel aangedreven. Daardoor kon ook extreem zwaar terrein makkelijk en met hoge snelheid worden genomen. En dat heeft ook mooie beelden opgeleverd, zoals de te zien in het reeds geplaatste filmpje.
De gids die mee was reed hele stukken op twee wielen. De man had duidelijk voertuigbeheersing!

Ik ben die dag naar Dakar geweest. Hoewel de Challenge “Amsterdam – Dakar” heet, finishten we daar een aantal kilometers vanaf. Dakar was niet te betreden met auto’s, zowel omdat het erg druk is als omdat dit van de overheid niet zou mogen als toerist met dergelijke oude auto’s. Vanaf de camping werden wel een soort taxiritten georganiseerd naar Dakar. Met een aantal man ben ik met dat vervoer naar Dakar gegaan. Ook daarbij vielen we weer van verbazing in verbazing. En dat begon direct met de rit.

In een soort grote 4×4 vrachtwagen met banken in de laadbak reden we over allerlei binnendoorweggetjes naar de stad. Hoe die vrachtwagen ons van Lac Rose naar Dakar, en ook weer terug, heeft gebracht zonder stilstaan, is mij nog steeds een raadsel. Het duurde in eerste instantie al drie kwartier voordat de chauffeur de motor aan de praat had gekregen. De versnellingsbak was eigenlijk niet meer te bedienen omdat de koppeling het had begeven. Daardoor moesten de chauffeur de pook echt in de versnelling drukken. Hobbelend en schokkend legden we de afstand af. Ruim een uur later waren we in Dakar.

Dakar is een grote stad. Een bewoner vertelde mij dat in Dakar twee miljoen mensen wonen. In heel Senegal zijn dat er circa twaalf duizend. In het centrum, waar we met de truck aankwamen, krioelde het echt van de mensen. Waar je ook keek zag je stromen mensen, marktstalletjes en vele auto’s. En als die mensen je nou gewoon met rust zouden laten…
Niet dus. Als vliegen op de honing doken vanuit alle richtingen mensen op ons af. Voornamelijk omdat ze ons de stad wilden laten zien. En omdat ze kettingen, telefoonkaarten en andere nutteloze dingen willen verkopen. Dit hield de gehele tijd dat we daar doorbrachten aab. Het was zelfs zo erg dat we met de groep van circa 12 personen een tactiek bedachten om van de mensen af te komen. Ieder een andere kant op, snel de straat oversteken, opeens een winkel in, een stukje rennen. Maar niets hielp.

Het toppunt was dat twee ‘gidsen’ die zich bij ons hadden opgedrongen en waar we al op diverse manieren van hadden geprobeerd af te raken, naast ons kwamen zitten in een eettent. Toen er moest worden afgerekend gingen ze er vanuit dat wij wel even de rekening voor hen betaalden.
Best bijzonder om vervolgens aan vijf Dakarezen (drie winkelmedewerkers die ook geld wilden zien) te moeten uitleggen dat we toch echt niet voor de twee mannen gingen betalen. Voor mijn gevoel had het weinig gescheeld of het was iets anders afgelopen, maar uiteindelijk zijn we weggelopen en hebben de mannen vermoedelijk toch voor zichzelf betaald.

Dankzij de grote getalen verkopers en gidsen zijn we uiteindelijk maar op de hoek van een straat gaan staan om te wachten tot het de afgesproken tijd was waarop de taxichauffeur ons weer kwam ophalen.
Toen hij terug was bleek dat er werderom storing was in de motor. En de verlichting was defect. Fijn als de zon bijna onder is. Met wat geleend gereedschap kreeg hij de linker koplamp werkend. Toen de motor uiteindelijk gestart was en stationair draaiend klonk alsof hij spoedig ermee zou stoppen zijn we vertrokken. Dat het olielampje dat op het dashboard bleef branden was geen reden om onverminderd snel door het verkeer te rijden :)

Grens Gambia
De volgende dag stond in het teken van het passeren van de grens bij Senegal en zodoende Gambia in te rijden. Een rit van circa 300 kilometer, wederom in kolonne. En er zat een ferry-oversteek in. Dit was omdat Gambia een raar gevormd land (klik) is. Om het land heen ligt Senegal en in Gambia loopt de zee voor een groot stuk door. Daardoor moet je komende vanuit het Noorden de ferry nemen naar Banjul (hoofdstad van Gambia). Als je die ferry niet neemt moet je om dat stuk zee heenrijden en dat is al gauw vierhonderd kilometer om.

De rit naar de grens ging soepel. Helemaal vergeleken met de dodemansrit die we in het vorige blog beschreven. Ook de grensovergang was heel snel geregeld. Bij slechts één punt konden we de exit-stempel van Senegal halen en de entrance-stempel voor Gambia. Bij de grens Marokko / Mauritanie hadden we minimaal zes grensposten te passeren, ter vergelijking.

Nadat we de grens over waren, was het een stukje van circa vijf kilometer naar de ferry. Niet alle auto’s pasten daar in een keer op. Twee van de drie ferry’s waren kapot, waardoor de tweede lichting auto’s circa twee uur later arriveerden. Wij zaten in de eerste lichting, bij daglicht. Tientallen – zo niet honderden – mensen, 30 auto’s en kippen, varkens en koeien vergezelden ons naar de overzijde. In dertig tot veertig minuten waren we in Banjul.

Daar stond een motoragent (“Hi, I’m a traffic cop and this is my bike!” – riep hij trots) op ons te wachten. Hij zou onze kolonne wel even naar de camping brengen. Iedereen klaar? Mooi. Volgas ging de traffic cop er op zijn 350cc motorfiets vandoor. Sirene aan, zwaailampen op maximaal. En wild zwaaiend met zijn armen.
De voorkant van de kolonne moest alle zeilen bijzetten om de agent in het drukke verkeer bij te houden. Dat het de achterhoede van 20 auto’s niet lukte is een logisch gevolg. De agent dacht daar toch anders over. Met een gangetje van 80 vond hij kennelijk dat het wel lekker ging. En dat de auto’s die hem wel konden volgen(inmiddels nog een stuk of acht, waaronder wij) aan het seinen waren met grootlicht en armgebaren deed hem niet vermoeden dat er mogelijk toch iets aan de hand was.

Tien minuten later gingen we dan maar aan de kant staan. De bakkies hadden niet genoeg bereik meer om de achterop geraakte mensen te kunnen gidsen, dus die reden ergens door de onbekende stad. Gelukkig snapte de agent het wel toen we daadwerkelijk stil gingen staan. Vervolgens is de agent bij Wouter in de auto gestapt om de achtergebleven mensen te zoeken.
Ik ben naar de kruising gelopen om eventueel passerende voertuigen de juiste kant op te wijzen. Vijf minuten later kwam een deel inderdaad voorbij. Deze konden aansluiten. En weer vijf minuten later hadden Wouter en de agent de andere auto’s gevonden. Kolonne compleet, agent snapte dat hij wat langzamer moest. Gaan met die banaan.

Het slingeren alsof hij dronken was en de wilde armgebaren hielden aan. Maar ik moet de agent nageven: iedereen luisterde naar hem. Alle auto’s gingen in de berm staan, waardoor wij echt de gehele rijbaan tot onze beschikking hadden. Enigszins genant, zo bijzonder waren we toch ook niet? Kwartiertje later waren we op de camping. Lopend buffet stond klaar zodra de andere groep arriveerde (met dezelfde agent!)

Auto klaar maken voor veiling
De dag daarna, 5 maart, hebben we de auto klaar moeten maken voor de veiling. Alle spullen in de auto moesten worden uitgezocht. Wat namen we wel, en wat namen we niet mee naar huis? De terugreis gaat per vliegtuig, dus we konden niet veel meenemen.
Na een zorgvuldige selectie hebben we het grootste deel van de spullen in de auto gelaten voor de veiling. De goederen zouden ook worden geveild, dus waardeverhogend.

Vervolgens hebben we een hotel gezocht waar we konden verblijven tot en met vandaag. Dat hadden we redelijk snel gevonden.

Daarna kwam het moment van de waarheid: het inleveren van de auto. Weinig bijzonders: auto parkeren, opschrijven welke goederen in de auto zaten en sleutels overhandingen. Maar toch, de auto hebben we al anderhalf jaar in ons bezit en het apparaat heeft ons zonder veel tegenslagen over de meest onmogelijke wegen in Afrika geleid. “Emotioneel moment” is teveel van het goede, maar het was een bijzonder moment.

De veiling
Vandaag was dan de veiling van bijna alle Dakar-auto’s. Een enkeling heeft de auto direct geschonken aan een doel, maar bijna alle auto’s stonden op de rol om op geboden te worden.

Een voor een werd op de auto’s geboden. “Onze” bolide was halverwege aan de beurt. Opel, diesel, altijd van een oud vrouwtje geweest. Wat zou een gek ervoor geven. Startend op 30.000 Dalasis (34 Dalasis is ongeveer een Euro) liepen de biedingen op. 31 thousand, 32, 33. Hmm, gaat goed. 50 thousend, 51, 52. Waar stopt het?
“Does the car have airconditioning”, vroeg de veilingmeester ons nog halverwege de biedingen. Nee! Lekker tactisch om dat te vragen nu het zo goed gaat.
Maar de geïnteresseerde Gambianen maakten het kennelijk niets uit. De 60-duizend werd bereikt. Langzaam liep het op. Een maal, andermaal. Verkocht voor 64.000 Dalasis. Dat was echt meer dan we hadden kunnen hopen. Gekocht voor 490 Euro bij de Domeinen, verkocht voor ruim drie keer zoveel nadat hij volledig is afgebeuld. Maar, eerlijk is eerlijk, de auto deed het serieus prima en als de nieuwe eigenaar hem goed onderhoud kan hij er nog lang in rijden.

En dat was het dan…
Want over een paar uur gaat ons vliegtuig. In circa acht uur vliegen we weer naar Europa (Brussel). De afstand waar wij ruim drie weken over hebben gedaan lijkt opeens niets meer voor te stellen. Maar ik weet zeker dat de ervaringen die we in die drie weken hebben opgedaan dit verschil in reistijd helemaal goed maken!

Foto´s
De foto’s hebben we over de tergend trage verbinding op internet kunnen zetten. Een film is helaas niet gelukt. Die is er wel, morgen zullen we die alsnog online plaatsen vanaf een fatsoenlijke verbinding.

mrt 4

Filmpje 1-3 maart

Door Wouter geplaatst in -> De Reis

Hier weer een filmpje! Dit zijn de beelden van 1 tot 3 maart. De meeste beelden zijn van gisteren 2 maart, de dag van de aankomst in Dakar. Afgelopen dag hadden we hier een rustdag, Nick is met een groepje naar Dakar geweest om een beetje rond te kijken, en ikzelf heb een beetje op de camping rondgehangen, en ik heb een quad tour gedaan met Ben van team Papaya. Daarvan staan beelden in het filmpje. Geniet er nog even van, dit zal één van de laatste filmpjes zijn!

mrt 3

Finish Dakar!

Door Nick geplaatst in -> De Reis

Gisteren, 2 maart 2011 omstreeks 17:00 uur, zijn we dan toch echt over de finish gereden! Met alle teams, waarvan er een of twee gesleept werden, reden we over de officiele finish van “Le Dakar”, op het strand van Lac Rose. Lac Rose ligt circa 20 kilometer van Dakar.
Na een korte foto-sessie en het bijna letterlijk wegslaan van opdringerige straatverkopers zijn we daarna naar een prachtige camping gereden. Daar verblijven we vandaag, om morgen door te rijden naar Banjul in Gambia.

Eergisteren stond volledig in het teken van het zo soepel mogelijk de grens tussen Mauritanie en Senegal te passeren. Kort samengevat: drama. Steekpenning hier, stempeltje daar, ruzie met grenswacht (omdat ik graag een bonnetje wilde van de 860 euro die ik namens de groep inleverde. Niet gekregen…), en vooral veel wachten. In totaal heeft de grensovergang zo’n vier uur geduurd.

De weg naar de grens was een soort dodemansrit voor de voertuigen (zie tabel onderaan dit blogitem). Omdat we door Mauritanie in kolonne moesten rijden – met voor en achter de kolonne politieauto’s – betekende ieder probleem stilstaan voor de volledige kolonne. Rond 9 uur ‘s ochtends vertrokken we van de camping in Dakhla, rond 17:00 uur kwamen we aan bij de grens. Vermoeid van deze slechts 200 kilometer begonnen de onderhandelingen aan de grens. Gelukkig ontmoetten we voor de grens John. Hij was door de organisatie gestuurd om ons op te vangen en over de grens te loodsen. Door zijn tussenkomst is het ongetwijfeld sneller gegaan, al voelde het niet zo door het bureaucratische gedoe.

Enkele uren later gingen we, wederom in kolonne, onderweg de Zebrabar in Senegal. Nu waren het niet de voertuigen die voor vertraging zorgden. De vele politie checkpoints en het drukke verkeersbeeld echter wel. Halveweg de rit naar de Zebrabar stonden we even stil om de kolonne weer bij elkaar te krijgen. De groep was aardig versplinterd geraakt doordat de Senegalezen (zoals ook in Mauritanie) de auto er letterlijk tussen proppen. Dat stilstaan werd ons echter niet in dank afgenomen door de politie. Controle, onenigheid met de politiemensen en een aantal inbeslaggenomen internationale rijbewijzen waren het gevolg. Aangekomen bij de Zebrabar vonden we waar we inmiddels wel aan toe waren: koud bier en een warme maaltijd. Ook waren zit-toiletten en lauw-warme douches aanwezig. Schoon en met een gevulde maag konden we onze tent in kruipen. De Sjukbil moest alleen nog worden voorzien van een nieuwe dynamo, want die was door het zoute zeewater overleden. Dat onderdeel hadden ze gelukkig op voorraad en met verlichting van de verstralers van de Landbroezers was het snel gefixt.

De rit naar de finish in Dakar ging opvallend soepel. Het was ongeveer 300 kilometer rijden. Dankzij de goede navigatie van douane-personeel welke in de voorste auto meereed kwamen we in relatief korte tijd aan in Lac Rose. Het is vreemd om nu te finishen en te vieren dat we Dakar hebben gehaald, omdat we morgen gewoon weer verder rijden. Naar Gambia dus, om daar de auto te veilen. We zullen zien wat die rit ons gaat brengen. Voor nu zitten we prima op deze camping. Mooi uitzicht, zwembad en lekker weer. Dat voel zowaar aan als vakantie! De planning voor deze rustdag is dat we straks even naar Dakar gaan. Daar mogen we overigens met onze auto’s niet in, dus dat wordt geregel met taxi’s en/of bussen.

Dakar, de finish, is dus gehaald! En dat met goed werkende auto (ach, her en der een rammeltje, deukje, tie-wraps en ductape). Achteraf zeg ik: makkie, zo zwaar was het niet. Als ik echter terugdenk aan wat de auto heeft moeten doorstaan moet ik daar eigenlijk direct op terugkomen. De auto heeft echt veel te verduren gehad. Het feit dat bij diverse auto’s motorblokken half afgebroken zijn zegt denk ik genoeg. Goed, we zijn nog niet in Banjul. Maar dat mag het probleem niet meer zijn voor onze Opel.

Foto’s en filmpjes
Filmpje(s) komt/komen straks online. Wouter moet ze nog even knippen en plakken!
Als je je muis boven de afbeeldingen houdt verschijnt een summiere uitleg.

Tabel van gebeurtenissen tijdens rit naar grens (alleeen highlights, kleine dingen zijn gemist):

12:10 Woestijnkonijnen moeten koelvloeistof verversen
12:15 Sjukbil kan geen snelheid maken door defect aan verdelerkap (is ter plekke vervangen)
12:30 Zandrovers hebben lek in bijvuldop blokolie (gefixt met vaseline en vloeibare pakking)
12:31 Hakuna Matatta heeft probleem met brandstof (filter is vies, dit blijft de hele rit een probleem)
12:45 Sjukbil heeft vieze carburateur, worden stuk op sleep genomen door Landbroezers
13:15 Sjukbil staat even stil door defecte dynamo
13:25 Mercedes met lekke band (teamnaam onbekend)
13:30 Orangina constateert dat achteras bijna is doorgebroken ter hoogte van rechterachterwiel (gefixt met spanbanden)
13:45 Vollebolle verliest bumper
14:45 Stilstaan door problemen bij Hakuna Matatta
15:00 Uitlaat van Banana scheurt onder auto vandaan
15:05 Hakuna Matatta heeft problemen met brandstof toevoer
Gestopt met notuleren, lamme hand van het schrijven ;)

mrt 1

We leven nog…

Door Wouter geplaatst in -> De Reis

… en de auto ook! De afgelopen paar dagen hadden we geen telefoonbereik, laat staan toegang tot internet. Vandaar geen bericht van ons. Dus hier snel weer een enigszins beknopte update i.v.m. de tijd, maar mét foto’s en ruim 10 minuten aan film!

Mauritanië in
De dag na ons laatste verslag zijn we ‘s ochtends vroeg vertrokken om over 200km asfalt op de grens van Mauritanië af te stevenen. Eerst moesten we uitchecken uit Marokko, dit duurde ongeveer 3 uur voordat al het papierwerk voor de ruim 30 teams geregeld was. Vervolgens moesten we door een stukje van 1 á 2 kilometer niemandsland. Het hoort namelijk niet bij Marokko noch Mauritanië. Na het doorhobbelen van dit stukje zonder fatsoenlijke weg (maar wel veel autowrakken), kwamen we aan bij de grens van Mauritanië. Zo’n 2 uur verder waren alle papiertjes weer ingevuld, geld gewisseld, en konden we met hele colonne het land in rijden. ‘s Avonds sliepen we in Nouadhibou, een aardig grote stad. Bij het binnenrijden van de stad viel meteen op dat de rijstijl hier zeer chaotisch en gevaarlijk is als je het Europese verkeer gewent bent. Gelukkig zonder deuken de camping bereikt, gegeten in een Chinees restaurant en na een warme douche gauw de tent in om fit te zijn voor een hoogtepunt van de trip: 3 dagen offroad!

Dag 1: asfalt en zandhappen
De volgende ochtend stapte er een gids bij ons aan boord. Per 5 auto’s was er een gids, en die zouden ons leiden door het Banc d’Arguin National Park Na nog zo’n 150 kilometer over een kaarsrechte en oersaaie asfaltweg gingen we ineens de weg af, rechtsaf de vlakte op. Alle auto’s werden stilgezet en de luchtdruk in de banden daalde tot circa 1,5 bar, zodat je veel meer grip hebt op de losse ondergrond. Het was even wennen om met 70-80 km/h over een enorme vlakte heen te razen, maar wel erg gaaf. Maar het bleef niet vlak, soms doemde er plotseling struikpartijen op waarbij er ook veel kuilen en hobbels waren, dus de auto kreeg het zwaar te verduren. Vaak was het zand dan ook mul, en in mul zand moet je vaart houden, want stilstaan = vastzitten. De auto kreeg het dus zwaar te verduren, en het sleepoog heeft zijn nut wel bewezen! Voor de 2 wiel aangedreven auto’s was het vaak flink aanpoten, maar gelukkig zijn er meer dan voldoende 4 wiel aangedreven auto’s om te helpen als het niet lukt. Aan het eind van de dag kwamen we aan ergens in the middle of nowhere, waar een camping op het strand was. Hier hebben we in een grote tent geslapen, op zo’n 30 meter van de branding: uniek!

In het filmpje is ook nog een geit te zien, die is meegegaan in de auto, en die is op de kampeerplaats geslacht, geroosterd en opgegeten. Wij hebben er overigens niets van gehad. Maar dat zijn alledaagse praktijken voor de ‘locals’.

Dag 2: zandduinen
Na het ontwaken op het strand, en een heerlijk ontbijtje van eieren, oud brood en knakworst, was het tijd voor de tweede dag, zo’n 160 kilometer dwars door het park, parallel aan de zee naar het zuiden toe. We volgden een soort pad, wat tot 7 jaar terug zelfs de doorgaande route tussen 2 grote steden bleek te zijn geweest. Het was wederom een afwisseling van vlaktes met struiken en vlaktes met hard zand. De uitdaging van die dag waren vooral een drietal zandduinen. Dat zijn stukken met zeer mul zand, ongeveer net zo mul als de duinen in Nederland. Maar uiteindelijk hebben we ze allemaal getrotseerd, met hier en daar weer wat hulp van de 4×4′s. Een storende factor was de gids die aan boord zat. De beste man was naar eigen zeggen al ruim 20 jaar gids, en hij kende het gebied ook aardig goed. Maar het geven van instructies ging hem niet al te best af. Vaak had hij de neiging om je om elk struikje heen te dirigeren, waardoor het allemaal een nogal zenuwachtig gedoe werd door de vele en snelle aanwijzingen in het Frans. En het is meerdere malen voorgekomen dat we vast kwamen te zitten door zijn toedoen. Ondergetekende heeft om die reden geruild met iemand uit een andere auto, om even lekker zonder gids te kunnen rijden. Tijdens deze dag liep de temperatuur ook erg hoog op, totdat we op een gegeven moment praktisch een kokende motor hadden. Het bleek dat de radiateur lekte. We hadden gelukkig een middeltje mee om in je koelwater te gooien om het lek mee te dichtten, en het werkte!
Na deze dag racen door de woestijn kwamen we aan op een camping, wederom aan de kust. Dit was weer een vorm van wildkamperen, dus zonder douche en toilet.

Dag 3: het strand!
Vandaag was het zover dat we over het strand gingen rijden! Na een uur wachten tot het juiste getijde, een flinke aanloop met de auto om over het mulle zand heen te komen, stond de DafrikaR met de zachte bandjes aan de rand van het zeewater! En vanaf daar startte de tocht van 50 kilometer over het strand! Echt uniek om dat eens mee te maken. Het filmpje zegt waarschijnlijk genoeg. Na deze probleemloze rit over het strand, en nog een stuk asfalt zijn we aangekomen in Nouakchott, de hoofdstad van Mauritanië. Overigens ging deze 3 dagen geheel onder begeleiding van politie. Door de woestijn met 1 auto, en de laatste dag zelfs met 5 auto’s. Dus aan de veiligheid is goed gedacht.

Het gevoel na zo’n dag door de woestijn is alsof je een dag op het strand hebt gelegen zonder dat je het water in bent geweest. Zand tot ongeveer in je bilnaad zeg maar…  en dat dan keer 3. Gelukkig hebben we zojuist, na 3 dagen zonder stromend water, weer kunnen genieten van een heerlijke douche. Ontberen doet waarderen! Vanaf een dakterras waar we zelfs om middernacht nog prima met korte broek kunnen zitten: de groeten!

De filmpjes zijn inmiddels weer in chronologische volgorde.

feb 25

Veel asfalt

Door Nick geplaatst in -> De Reis

Het laatste stuk Marokko, inmiddels Westelijke Sahara (gaat naadloos in elkaar over), was stukken minder spectaculair dan de dagen ervoor. We rijden nu al twee dagen langs de kust, over – meestal – prima asfalt. Daar komen we nauwelijks verkeer tegen. Af en toe moeten we een vrachtwagen of langzamer rijdende Marokkaan passeren. En sporadisch worden wij gepasseerd door een Marokkaanse personenauto die wel erg veel haast heeft. Erg netjes gaat dat passeren meestal niet, dus elke auto heeft al wat steenslag te verduren gehad.

Checkpoints
Door de saaie wegen maken we ook niet veel mee. Behalve dan checkpoint na checkpoint. Op sommige stukken staat letterlijk om de twintig kilometer een huisje van de politie. Gemiddeld komen we om de 50 tot 100 kilometer een dergelijke controle tegen. In het begin was het nogal gissen naar dat wat men wilde zien. Was dat het paspoort, de autopapieren, ons visum, de inboedel van de auto? Nu de routine erin komt weten we inmiddels wat men verwacht. Eigenlijk niet meer dan een formulier waarop onze gegevens staan. Normaal moeten touristen dat dus ter plekke – inderdaad: iedere keer opnieuw – opschrijven. De organisatie van de Amsterdam-Dakar Challenge had ons daar echter al voor gewaarschuwd. Om die reden hebben we allemaal deze formulieren in 30-voud aan boord, zodat de controles nu niet langer duren dan de tijd die nodig is om de formulieren uit het raam aan de politieman (politievrouwen nog niet gezien) te overhandigen. Een enkele keer zijn ze echter fanatieker en dan wil men tevens paspoort zien, met stempels die we bij aankomst hebben gekregen. Al met al brengt dit flink wat vertraging met zich mee. Gelukkig hebben we ondanks dat ook de afgelopen dagen de camping meestal bij daglicht kunnen bereiken.

Icht
De nacht van 22 op 23 februari hebben we doorgebracht op een camping in Icht. Niet veel te beleven daar, maar de camping was bijzonder netjes. Niet alleen voor Marokkaanse maatstaven – want die liggen dramatisch laag af en toe – maar zelfs voor Nederlandse begrippen was het een prima camping. Eindelijk weer normale toiletten! In Marokko zijn meestal hurk-toiletten aanwezig. Die dingen schijnen soms in Zuid-Frankrijk ook nog wel voor te komen, maar voor mij waren ze nieuw. Althans, ik dacht altijd dat het een soort urinoirs waren, waar dus alleen mannen de kleine boodschap konden doen. Maar nee hoor, ook wanneer je met de toiletrol onder je arm naar het kleine (hier doorgaans zwaar ruikende) kamertje moet, ga je gebruik maken van dit gat in de grond. Uiteraard gaat dit ook best – oefening baart kunst – maar het kan toch zoveel makkelijker?

En ja hoor: ook weer eens warm gedoucht. Natuurlijk is het hier meestal lekker warm, op het moment van schrijven ook 32 graden, maar ’s ochtends om 6:00 uur bij 10 graden is een straal ijskoud water geen pretje. Het is natuurlijk geen Beltrum, maar klappertanden wekt het zeker op.
Ach, waar zeuren we eigenlijk over? Zolang de koude douches en ranzige toiletten de grootste ontberingen zijn, gaat het eigenlijk best goed. En zo gaat het dus ook. Auto houdt het op wat kleine (voornamelijk elektrische) mankementen en een vermoedelijk lekke rechter voorband na prima. Wouter voelt zich goed; de grieperigheid vermoedelijk door de vaccinaties is alweer bijna een week over. En met mij ook alles ok, alleen mis ik met al het in de auto zitten het hardlopen en klimmen- en klauteren wat. Oh ja, en ik was de Labello vergeten. Gevolg laat zich raden maar dat is inmiddels opgelost door een lokale drogisterij.
De camping in Icht lag aan de voet van een behoorlijke heuvel. Vanaf de camping leek hij echter niet zo hoog. Dat deze schijn bedroog bleek toen we hem met een aantal man beklommen. Met de kleine camera van Wouter heb ik er wat opnames van gemaakt, zie filmpje. Boven aangekomen (3 kwartier later) bleek wel dat de klim de moeite waard was. Prachtig uitzicht! Geen foto’s omdat de camera wat teveel ballast was naar boven toe. Wel verwerkt in de film, maar in dit internetcafe is de verbinding ZO traag, dat dit helaas niet gaat werken. Heel vreemd was het om te zien dat aan de andere zijde van de berg eigenlijk niets was… Alleen maar zand, zand en vast ook ergens een verdwaalde salamander. Maar dus geen dorpjes, wegen of palmbomen. Terwijl aan de campingzijde wel beschaving was. Het is waarschijnlijk geen toeval dat aan ‘onze’ zijde een rivier liep.
De klim naar beneden verliep sneller, maar wel lastiger. De berg was geen rots, zoals je wel op films ziet enzo, maar een berg losse stenen. De grootste misschien 30 cm lang, maar geen enorme rotsen. Alleen halverwege zaten twee steile stukken rots. Deze losse stenen zorgden voor een gebrek aan houvast, waardoor je als je niet uitkeek écht snel beneden was ;)

Laayoune
Gisteren, 23 februari, zijn we na wederom meer dan vijfhonderd kilometer asfalt, aangekomen bij Laayoune. Tijdens de rit ontvingen wij van de organisatie per sms de info dat er demonstraties in de stad zelf werden verwacht. Om die reden zijn we naar een andere camping afgereist, circa veertig kilometer voor Laayoune. Deze camping was uitgezocht door de organisatie. Maar goed ook, want de camping bevond zich zo’n vier kilomter van de weg. Dwars door de woestenij kwamen we bij de camping, met dank aan de GPS. Toch nog een stukje off-road!
Ik noem het woord camping, omdat ze zichzelf zo noemden. Maar feitelijk was het niet meer dan een stuk rots-vrij gemaakt land met een douchehuisje. En een grote tent waar je wat moest kunnen eten. Moest kunnen ja, want ze hadden een keuken, een menu-kaart en tafels en stoelen. Lekker, niet met het gasstelletje prutsen en geen afwas! Zo fijn was die gedachte, tot we meer dan drie uur later in de tent lagen met een buik vol drommedarisvlees en witte rijst (geen grap…). Meer had de beste man niet. En de drie uur waren nodig omdat hij samen met zijn maatje de maaltijd niet eerder op tafel kreeg. Ik vergeet by the way bijna de tomatensalade vooraf. Zo zie je maar weer hoe ruim het begrip ‘salade’ is. Een halve vleestomaat in plakjes snijden is genoeg kennelijk.

Dakhla
Nu, donderdag 24 februari 2011 te 13:58 uur (lokale tijd, het is hier 1 uur vroeger dan in Nederland) rijden we over – jawel – asfalt richting Dakhla. Dat is voor vanavond onze campingplek, alwaar de gidsen zich bij ons zullen voegen. Met de gids gaan we in groepen van vijf auto’s Mauritanie binnen. Uit alle verhalen die we zo links en rechts hebben opgevangen gaat het avontuur daar mogelijk groter worden dan het tot nu toe was. Corrupte agenten/douaniers en minder fijne bevolking schijnen daar in veelvoud te vertoeven. Fijn vooruitzicht, al denk ik dat ook in die gevallen gezond verstand en enige waakzaamheid (kan ik de dienstbaarheid eindelijk eens laten vallen :P ) veel zal schelen.

Het leeglopen van de rechter voorband werd overigens veroorzaakt door een aardige deuk in het velg. Deuk zat aan binnenzijde en werd dus pas zichtbaar toen we de band eraf hadden. We hebben even geprobeerd de deuk eruit te slaan, maar dat is helaas niet gelukt. Aan de voorzijde hebben we nu twee reservewielen gemonteerd. Deze zijn kleiner dan onze originele velgen (15″ ipv 17″), dus het ziet er ietwat raar uit :)

We gaan het zien wat de komende week gaat brengen! Waar ik overigens wel bang voor ben is dat de beschikbaarheid van internet in Maurinanie enigszins schaars zal zijn. Mochten de updates, zowel blog-postings als Twitterupdates en tracker-posities, dus uitblijven is dit niet direct een slecht teken!

Geen filmpjes
Omdat dit internetcafe een dramatische verbinding heeft, met nog dramatischere computers. Het schiet echt niet op hier, dus we gaan hier snel met gierende banden vandaan! Terug naar de camping om te slapen. Morgen vertrekken we al om 7:00 uur naar Mauritanie. Groeten!